Allereerst dit: Deze site is 'for your eyes only'.

Het maakt deel uit van ons gezamenlijke leerproces en is op dit moment niet bedoeld om verder te verspreiden.

Hallo regieteam,

Welkom op dit overzicht van ons gezamenlijk veldwerk voor onze mini documentaire over 'meedoen'. Hieronder vinden jullie allereerst een samenvatting van het project, de onderzoeksvraag, waar we nu staan en wat de volgende stappen zijn. Daaronder vinden jullie een overzicht van het veldwerk, geclusterd in grensgebieden. Deze site geeft de mogelijkheid er grondig door heen te neuzen of om gewoon even te scrollen en de headlines op te pikken. We starten met het uitlichten van wat we jullie willen vragen ter voorbereiding op onze volgende bijeenkomst:

Onze concrete vraag aan jullie:

Welk venster of welke spiegel uit het veldwerk spreekt jou het meeste aan en zou je straks graag terug zien komen in de documentaire?

Bedenk hierbij dat we deze documentaire aan het grote publiek willen laten zien en niet alleen aan onderwijsprofessionals. Kort samengevat: Hoe kunnen we onze samenleving inspireren op het gebied van ‘meedoen in de samenleving’, terwijl we een podium geven aan ons gespecialiseerd onderwijs?

De onderzoeksvraag:

Hoe doe je mee?

 In de veldwerkfase zijn we vanuit onze eigen achtertuin – het gespecialiseerd onderwijs – op zoek gegaan naar wat er nodig is om in de samenleving mee te doen. We ontmoetten leerlingen, oud-leerlingen, ouders, leerkrachten en kwamen op plekken waar
meedoen niet vanzelf gaat of op andere wijze wordt aangevlogen.
Al deze ontmoetingen hebben we samengevat in korte compilaties en de meest ingrijpende citaten hebben we voor je uitgelicht.

Het streven:

Spiegels en vensters vinden.

Uit al die ontmoetingen kwamen logischerwijze principes naar voren. De verleiding is groot om antwoorden te duiden: zo doe je dus inclusief onderwijs. Maar we weten allemaal dat als het ‘zo simpel’ was, we het al wel hadden gedaan. Met onze grondtoon onder de arm: ‘nieuwsgierig, moedig en waarderend’, deze zin is niet af het anders te doen. We zoeken geen antwoorden, maar nieuwe perspectieven: spiegels op wat we deden en vensters met uitzicht op hoe het ook anders zou kunnen.

Het veldwerkresultaat:

De verbindende grensgebieden.

Hieronder vind je de verhalen uit het veldwerk geclusterd in vier grensgebieden: spanningsvelden in en rondom onderwijs waarin meedoen voor meer leerlingen uitdagend kan zijn of juist kansen biedt. Het legt bloot waar de pijn zit èn de kans. Denk aan de balans tussen willen en kunnen, het gewicht van ‘normaal’ moeten zijn, en de ruimte om je eigen tempo te volgen. Je vindt ze dus hieronder.

De volgende fase:

klaarmaken voor de spiegelaars.

Met deze clustering in grensgebieden betreden we de spiegelaarsfase waarin we deze grensgebieden voorleggen in drie-gesprekken. Vanuit diverse perspectieven ontstaan verdiepingen. Deze anderssoortige ontmoetingen zullen, buiten een heldere duiding, inspiratie geven aan wat onderwijsprofessionals, bestuurders, beleidsmakers, maar vooral ook de mens in deze samenleving zou kunnen doen. Vandaag, morgen en richting 2035.

De 4 grensgebieden:

Hier vind je de omschrijving van de vier grensgebieden alvast in tekst. Klik op de blokken of scroll naar beneden voor het veldwerk dat de grensgebieden verder blootlegt.

1.
KUNNEN

Wanneer ben ik succesvol: als ik hoge cijfers haal, of als ik kan bijdragen?

2.
WILLEN

Waarom steken we de meeste aandacht in het aanleren van kennis en vaardigheden, maar nemen we het ‘kúnnen willen’ als vanzelfsprekend aan?

3.
TIJD / LEREN

Hoe verhouden vaste tijdlijnen zich tot mijn eigen unieke ontwikkeltijd?

4.
NORMAAL / MEEDOEN

Hoe gaan we om met normen, regels en kaders als er niet zoiets bestaat als een normaal of gemiddeld mens?

1.
KUNNEN

2.
WILLEN

3.
TIJD / LEREN

4.
NORMAAL /MEEDOEN

1. KUNNEN

Wanneer ben ik succesvol: als ik hoge cijfers haal, of als ik kan bijdragen?

We meten succes vaak in cijfers, diploma’s en economische waarde. Maar ‘kunnen’ is meer dan presteren: het gaat over gezien worden in wat je wél kan, en erkend worden ook als je het niet altijd aan kan. Succes kan betekenen dat je bijdraagt op je eigen manier, dat jouw talent telt, ongeacht of het past in een scorelijst. Echt waarderen van ‘kunnen’ vraagt dat we loskomen van het recht van de sterkste en ruimte maken voor ieders tempo en draagkracht.

MOGELIJKE BESTUURLIJKE VRAGEN:

• Hoe bieden we een tegengeluid bij het beeld dat onze kinderen niet genoeg kunnen?
• Hoe blijven we investeren in iedere unieke leerling om kansrijk te leren leven, terwijl we moeten krimpen?

IZKA

Izka zit in een rolstoel en geeft les op het gespecialiseerd onderwijs. Ze laat zien dat het wél kan. Ze geeft hoop.

Kunnen is niet hetzelfde als aankunnen.

“Ja, nou ja, maar sowieso vind ik dat we er soms als lerenden maar iets te veel vanuit gaan dat als een kind op school dit, dat en dat maar moet kunnen. En daarom is met name deze school ook zo mooi, want er wordt — en natuurlijk is het eigenlijk moeilijk om daar een balans in te vinden — ook gekeken naar het kind. Ik zeg altijd vanuit mijn eigen perspectief: het is niet zo dat als je het kan, dat je het ook aankan.”

Een beetje aandacht is soms al genoeg.

“Het kan al 5 minuten nabijheid zijn, hè? Wat voldoende is voor een kind om wel verder te komen. Maar het is wel aan ons om dat te signaleren en daar wat mee te doen.”

Wees de verandering die je graag ziet, zodat de ander ziet dat het wel kan.

We ontmoeten Izka op de school waar ze werkt. Een plek waar ze merkt dat haar aanwezigheid, in een rolstoel, met de beperkingen die ze heeft, grote positieve impact heeft. Ze laat vele jonge leerlingen zien dat het wél kan. Dat er vanalles mogelijk is, waarvan je misschien dacht van niet, als je maar wilt, doorzet en de juiste hulp vraagt.

Om hier te kunnen zijn moet Izka veel doorstaan. De rit er naar toe is niet altijd makkelijk. Naar het toilet gaan moet altijd met hulp. Ze heeft veel pijn en wordt soms moe van hoe lastig het kan zijn om alles te regelen. Meer dan eens denkt ze eraan om op te geven, maar ze doet het niet, want dit is belangrijk voor zoveel jonge leerlingen, die ze zo dicht in haar hart draagt.

HEPPIE-KOOKCAFE

Danny zette een aantal jaar geleden Heppiekookcafe in Almere op. Samen met zijn team -wat bestaat uit vrijwilligers en dagbesteding- schenken zij hun klanten koffie en bakken zelfgemaakte Appeltaart. Op de dag dat wij hen bezochten smeerden ze broodjes voor basisschool scholieren die door omstandigheden geen lunch mee naar school krijgen.

Iedereen kan wel wat. Laat ze gewoon meedoen.

Danny:
“Ze hebben hele diverse niveaus. De ene kan allemaal snijden. Alex zit in een rolstoel, die kan dan soms boodschappen doen. En elkaar een beetje helpen. Bijvoorbeeld: als Alex wat wil maken, dan gaan we apart zitten. Dan kan hij boterkoek maken en dan heeft hij wel hulp nodig van collega’s, en dat vult elkaar weer aan.”

Jongen in de dagbesteding:
“Ik kan van de praktijk veel leren, dat zou ik graag hebben zodat ik vanuit daar een diploma kan halen. Bij ROC nemen ze me niet meteen aan, ik had te weinig uren gemaakt om school vol te houden. Dan kan ik gaan overladen of mijn hoofd vol raken.”

Een plek bieden waar het op haar tempo kan.

Danny:
“Mijn dochter heeft natuurlijk een beperking, dus veel jongeren gaan naar speciaal onderwijs en zoeken stageplekken. Ik zat in de vergadercultuur in de accountancy, in de techniek, en op een gegeven moment heb ik een burn-out gehad en ben ik thuis geweest. En doordat ik Caitlyn bracht naar stage, zag ik dat er te weinig dagbestedingen waren in de vorm die we nu hebben. En toen heb ik vroeger een koksopleiding gedaan en ben ik dit gestart uit het niets. Ik heb van iets slechts iets positiefs gemaakt. Iedereen telt mee, iedereen kan wel iets waar die goed in is.”

Caitlin:
“Nou, eigenlijk doet mijn vader het wel heel goed, want ik ben eigenlijk ook nog altijd trots op hem dat het hem gewoon is gelukt om een eigen bedrijf te starten, zeg maar.”

SAMI

Sami is 10 en zit op het gespecialiseerd onderwijs op een intergraal kindcentrum. Onder het zelfde dak vind je verschillende instellingen voor kinderen. Hierdoor werd het mogelijk om Sami regelmatig naar de babygroep van de opvang, wat goed in zijn groeidoelen past.

Oefenen in deze mini-samenleving is essentieel.

Sami wordt volledig vertrouwd in zijn bijdragen in de babygroep. Dat vraagt van de professional erbij te zijn, maar ook Sami los te laten. In de interactie met de leerkracht, Sami en een van de baby’s in de groep ontdekken we een belangrijk ingrediënt van ‘voordoen, meedoen, nadoen’: namelijk het ‘zelf doen’. Juist doordat Sami op zijn eigen manier – met hier en daar afkijken van het voordoen – met de baby’s kan omgaan, kan hij meedoen.

Leerkracht: “Je kan een aantal boekjes meenemen en dan Ties laten kiezen.”
Sami: “Oké, kom maar Ties, kom maar kiezen. Welke wil je, Ties? Wil je deze? Oké, kom maar zitten. Dieren van de boerderij.”

Echt blij wordt je als je doet wat je leuk vindt.

Sami vertelt ons dat hij het heel leuk vindt bij de baby’s en dat hij er blij van wordt dat hij dat op maandag mag doen. Het geeft hem zelfvertrouwen. Net als touwtjespringen, taakjes doen, lasagne eten (zijn lievelingseten) en buitenspelen. Als hij doet wat hij leuk vindt, wordt hij blij – en daardoor vindt hij school leuk. Het klinkt simpel, maar simpele dingen zijn niet altijd vanzelfsprekend. We leren van Sami: kunnen doen wat je als kind leuk vindt en wat bijdraagt aan leren of samenleven, maakt meedoen vanzelfsprekend.

Lisette en Anita

Lisette en Anita werken beide op het Mensura college (gespecialiseerd voortgezetonderwijs). Lisette is de mentor van voormalig thuiszitter Irina (ook in deze serie te vinden) en Anita is de intern begeleider die samen met haar team aan mentoren een unieke aanpak neerzet voor deze groep leerlingen.

Doelen stellen voorbij cijfers en kalenders.

Anita (intern begeleider) 
“Wij stellen doelen met onze leerlingen. Didactisch maar ook: wat heb je te overwinnen? Als dat sociale angst is of toetsangst, dan gaan we dat wel aan met leerlingen. Want daarmee moet je verder. Want al onze leerlingen stromen uit, zij hebben iets te leren, vertrouwen op te bouwen. Daar hebben we aandacht voor. Wat maakt nou dat iets wel of niet lukt hè. Dus als je 1/10 tekortkomt, ja, dan ben je, dan ben je niet over. Ik denk: ja, hoe kan dat nou? Hoe kan je dat nou verzinnen dat je dan niet over bent? En tegelijk snap ik dat het regulier onderwijs zich aan allerlei regels en wetten moet houden waar wij misschien net iets meer buiten de lijntjes kunnen kleuren. Dat beheersmatige ook van bovenaf, dat willen beheersen, dat is niet helpend. Voor deze kinderen in ieder geval niet.”

Lisette (mentor):
“Ik denk dat het een maatschappelijk probleem is dat we alles aan het vastleggen zijn. En niet alleen in het onderwijs. Overal moet bewijsmateriaal worden vastgelegd, dossiers gemaakt. Wij hebben ook wel een overzicht met cijfers, alleen wij gebruiken het formatief. Heeft een leerling het begrepen? Oké, en door! En het maakt niet uit of het 1,6 is of 1,9 en de 10. Dit is hartstikke leuk hoor,

1.
KUNNEN

2.
WILLEN

3.
TIJD / LEREN

4.
NORMAAL / MEEDOEN

2. WILLEN

Waarom steken we de meeste aandacht in het aanleren van kennis en vaardigheden, maar nemen we het ‘kúnnen willen’ als vanzelfsprekend aan?

Zonder ‘willen’ start er niets. De vaardigheden die je je leven lang opdoet, op school of daarbuiten, kan je pas duurzaam inzetten als je ook ‘wilt’. In het onderwijs staat centraal: het aanleren van vaardigheden, maar daar onder valt niet automatisch de vaardigheid: ‘kunnen willen’. Wat heeft een kind nodig om te ‘kunnen willen’? Hoe helpen we een stip op de horizon te (blijven) zien?

MOGELIJKE BESTUURLIJKE VRAGEN:

• Hoe maken we het leren meedoen in de samenleving een basisvaardigheid in het onderwijs?
• Hoe maken we voor alle culturen meedoen op school net zo belangrijk, aantrekkelijk en doe-baar als thuis, de straat en verwachtingen uit het gezin?

ALI

Voormalig leerling op het praktijk college.
Werkt nu op de bouw als zelfstandig electricien

Je moet wel willen.

“Wanneer je meedoet, is ja, het is ook een beetje willen. Als je het niet wilt, is het best wel moeilijk mee te doen. Ik heb het altijd gewild sinds toen ik op het praktijkonderwijs zat. En heel veel stage gelopen en ervaring opgebouwd, je moet gewoon willen. Dan kan je het.”

Ik kan dit doen, omdat ik een voorbeeld had. Nu wil ik er ook één zijn voor de ander.

“Ja, mijn neefjes, die kunnen niet zo goed meedoen, want die hebben een beetje problemen gemaakt in de school enzo. Ik motiveer ze de hele tijd. En zij zeggen nu: ‘ja, neef, je hebt gelijk, eigenlijk moet ik naar je luisteren en jij bent ook zo ver gekomen.’ Dat zeggen ze tegen mij, weet je.”

“Ik wil laten zien aan jonge kinderen dat het eigenlijk mogelijk is, als jij bijvoorbeeld in een bijzonderwijs onderwijs zit, dat het eigenlijk gewoon mogelijk is om zo’n goede baan te krijgen. Want iedereen praat allemaal dat het allemaal zo moeilijk is. Maar eigenlijk is het helemaal niet moeilijk. Mij hebben ze echt bang gemaakt. Omdat ik het dan niet kon, je kan niet naar school, maar ik heb het allemaal zelf uiteindelijk gedaan.”

KARIM 

Karim is 8, dapper en slim. Hij volgt gespecialiseerd onderwijs in Amsterdam, is altijd als eerste klaar. Vriendjes maken vind hij niet altijd makkelijk.

Met een complimentje lukt het wel.

We ontmoeten Karim in zijn huis. We spelen samen met de lego en hij is duidelijk niet direct blij met onze aanwezigheid. Zijn verhalen zijn gekleurd met wat allemaal niet goed is. Wie het fout deed. Waar hij te kort kwam. Tot er een moment komt waarin we samen moeten concluderen dat wat hij deed eigenlijk heel goed was.  We maken hem een compliment.
Hij is even stil. Glimlacht. En vraagt: ‘Ga je mee met de lego spelen?’

Citaten van Karim:
“De meesten uit de klas pesten gewoon. Ik ben de beste van de klas.”

“Ik mocht een keer niet meedoen om een duidelijke reden. Ik zei gewoon: ik ben boos en wil alleen spelen.”

RIK

Rik studeerde aan de univesiteit en haalde zijn master als fiscalist. Als snel besefte hij dat hij liever met zijn handen werkte en maakt nu meubels op maat.

Iets doen wat je wilt in plaats van wat kan gaat niet vanzelf.

“Ja, zolang het goed gaat, ga je door en dan heb je niet echt reden om iets minder… ja, dat noemen ze dan minder, zeg maar een lager niveau te gaan doen. Daar heb ik dus nooit over nagedacht en toen gewoon doorgaan.”

“Ja, fiscalist. 1,5 jaar heb ik dat volgehouden en toen dacht ik al na een half jaar van: ja, dat gaat hem gewoon niet. De kantoorbaan was niks voor mij. En toen had ik in de tussentijd een eigen huis en bouwden we hier in de buurt, en dat vond ik echt zoveel leuker om te doen dat ik dacht: ja, ik hou gewoon op met mijn kantoorbaan en ik begin gewoon als timmerman. Ben ik toen gaan werken, dus echt op de bouw huizen bouwen.

”Maar in het begin waren er veel mensen die naar me toe kwamen die zeiden: ‘oh, echt respect voor wat je doet, en ik zou zelf ook wel willen.’ Maar ja, uiteindelijk doet geen van allen het, dus dat is een beetje het.”

 

1.
KUNNEN

2.
WILLEN

3.
TIJD / LEREN

4.
NORMAAL / MEEDOEN

3. TIJD / LEREN

Hoe verhouden vaste tijdlijnen zich tot mijn eigen unieke ontwikkeltijd?

Onderwijs klokt in uren, dagen, rapportmomenten. Maar ontwikkeling kent geen lineaire tijd: het gaat grillig, traag of juist sprongsgewijs. In een systeem dat bewijzen en scores vraagt, verliezen we soms de ruimte om te falen, opnieuw te proberen, te vertragen of simpelweg te ademen. Ontwikkeltijd betekent 100 kansen in plaats van 1toets moment, en zien dat zorg, wachten en rust óók leren zijn.

MOGELIJKE BESTUURLIJKE VRAGEN:

• Hoe maken we meer ruimte voor experimenten voor de broodnodige innovatie in onderwijsland?
• Hoe gaan we om met een systeem gebaseerd op tijd-resultaat, terwijl leerlingen (mensen) groeien, leren op een eigen biologische en sociologische ontwikkeltijd?

KARIN & JEROEN

Zijn beide onderwijs proffesionals op het Praktijk College in Tilburg. Samen delen zij hun ervaringen in wat meedoen betekenen kan.

100 kansen geven, want chef fietsenrek zijn is ook meedoen.

 Jeroen:
“Sommigen hebben gewoon honderd kansen nodig. En iemand nodig die ze ook honderd kansen geeft. En het is ook best te begrijpen hè? Als jij iemand op je stagebedrijf kent die na drie keer te laat komt, als iemand dan zegt: ja stop maar. Dat is best te begrijpen. Dat iemand daar geen zin of geen tijd voor heeft. Maar er was een keer een leerling, daar ging het ook niet zo goed mee. Die stagecoördinator zag meteen: oké, jong en moeilijk. En die zei: kom eens hier: jij wordt chef van de fietsenstalling. Je gaat hier iedere dag fietsen rechtzetten. En dan in één keer verandert er iets, weet je wel. Chef fiets.”

Nazorg, ook na de onderwijstijd, is essentieel.

Karin:
“En daarom vind ik bij ons op school een stukje nazorg, dat als een leerling van school is, en het lukt toch niet of ze stromen uit en je hebt een beetje een twijfelgeval en je denkt: het is zo fijn dan om te weten en ervaren dat ze terugkomen. En dat het vangnet dat ze niet altijd zelf thuis hebben, maar dat ze de school waar ze op hebben gezeten, dat wij ze weer op weg helpen.”

IRINA

Irina was een tijd lang een thuiszitter. Nu zit ze weer in de schoolbanken, maar wel schoolbanken die haar beter passen. Hier wordt de prestratiedruk verlaagd door voor elke leerling een leerpad te maken dat past bij hun eigen tempo. Irina voelt dat ze weer mee kan doen.

Ik bezweek onder de prestatie- en tijdsdruk en kon niks meer.

“En dan heb je zo een tijd dat je bij jezelf denkt: oh, maar het boeit me allemaal niet en ik hoef niks en ik wil ook gewoon alleen zijn. Maar dan komt er wel een tijd dat je het wel gaat voelen, zeg maar. Dat je heel erg alleen bent eigenlijk. Het ging er wel om, ik was al best een angstig persoon en dat werd nog erger. Dus ik durfde niet meer naar buiten en ik durfde niet meer dingen alleen te doen. Dus dan is het ook nog moeilijker om vrienden te maken. En dan kwam er bij mij wel een punt op een gegeven moment dat ik dacht: oh, maar dat wil ik eigenlijk helemaal niet. Ik wil niet zo alleen zijn en ik wil ook gewoon klaar zijn met school en de volgende stap kunnen zetten. Een groot keerpunt was ook toen ik zag dat mijn vrienden geslaagd waren. Dat ze naar gala gingen en ik dacht: ja, daar had ik graag bij willen zijn.”

1.
KUNNEN

2.
WILLEN

3.
TIJD / LEREN

4.
NORMAAL / MEEDOEN

4. NORMAAL / MEEDOEN

Hoe gaan we om met normen, regels en kaders als er niet zoiets bestaat als een normaal of gemiddeld mens?

We spreken over inclusie, maar vaak bedoelen we: “je mag meedoen, mits je je aanpast.” Toch is niemand “gemiddeld”, niemand “normaal”. Meedoen gaat niet om toelaten, maar om Meedoen gaat niet om toelaten, maar om toebehoren: om een plek waar verschillen niet apart gezet worden maar samen betekenis krijgen. Hetvraagt dat we niet eindeloos uitzonderingen maken, maar collectief de norm bevragen en bewegen. Normaal is dan niet een vast punt, maar een gemeenschap die steeds opnieuw ruimte maakt voor diversiteit.

MOGELIJKE BESTUURLIJKE VRAGEN:

• Hoe bewegen we bij ouders/verzorgers van zorg naar collectieve trots, wanneer aandacht voor de ene leerling, mogelijk minder aandacht voor de andere leerling (jouw kind) betekent?
• Hoe gaan we om met de druk die leerkrachten en bestuurders voelen om te voldoen aan wetten en regelgeving en de hoeveelheid werk?
• Hoe gaan we om met dat we nu al weten dat het in de toekomst allemaal niet meer past? De hoeveelheid, de zorgbehoefte?

ELLEN

Ellen is de directeur op de school van Izka. Zij maakte het mogelijk voor Izka om op haar school les te geven. Daarvoor heeft ze veel kaders moeten oprekken, regels moeten verbreken en gekozen voor ongebruikelijke investeringen in tijd en geld.

Gelijkwaardig = ongelijk behandelen.

“Ik heb wel eens gehoord van ouders die me zeggen: ja, allemaal prima dat we dan een kind met een beperking in een reguliere klas krijgen, maar mijn kind krijgt dan minder aandacht. Dat moeten we dan dus echt anders faciliteren, zodat dat gevoel weggenomen wordt. Hoezo krijgt jouw kind minder aandacht? Waar baseer je dat op? Dan kijk je niet naar het kind, maar naar de beperking.”

Buitengewoon moet gewoon worden.

“Nou ja, het gewoon bijna gênant als je dan zegt: wij willen niet werken aan inclusiviteit. Wij moeten werken aan rekenen enzovoort, enzovoort. En nogmaals, ik snap het hè.
Ja, als je Izka dan ziet en als je haar spreekt, dan ben je bijna niet goed als je niet begrijpt waarom je niet inclusief samen wil werken. Omdat dat stuk elkaar ontmoeten al lastig is. Dus laten we dan maar gewoon met elkaar in één gebouw en in één klaslokaal les hebben. Dan ga je tenminste het mens achter de beperking zien. Het kind achter de beperking.”

JAIMY

Jaimy geeft 1 op 1 begeleiding in Eindhoven vanuit ‘preventie en gezag’. Onderandere in een probleemwijk in Eindhoven. Hij helpt iedereen die het nodig heeft om te kiezen voor het ‘goede pad’. Van ex-gedetineerden, tot een 8-jarige leerling op het speciaal onderwijs.

Meedoen in het criminele circuit is vele malen makkelijker dan in de normale wereld

“Ik heb bijvoorbeeld ook de gesprekken die ik heb met die jongens die ik begeleid, dan zeg ik: je gaat heel vaak met dingen ‘nee’ te horen krijgen en dat kan ook dan frustrerend zijn. En vooral als je jouw eerste stap hebt gemaakt in het foute circuit: daar was het heel makkelijk. Ze zeggen dan ook: als ze me niet willen, dan ga ik daar gewoon naar terug. De talenten die daarvoor kunnen worden ingezet, worden met open armen ontvangen. Dus ja, als het in, zeg maar, ‘deze samenleving’ niet wordt gezien, dan worden ze ergens anders zeker wel gezien ja.”

Zonder oordeel kijken en oplossingen vinden.

 “Één keer fout is voor altijd fout: daar lopen veel jongens die vast hebben gezeten tegenaan. Ik heb dan alleen in voorarrest gezeten, maar ik heb wel andere dingen gehad waardoor ik een strafblad heb, waardoor je geen VOG meer krijgt. Al hebben ze dan maar dat gevoel, hè? Dat ze denken: iedereen is tegen ze. Maar het belangrijkste is van: ‘oké, wat er ook allemaal tegen je is of wat er ook is gebeurd, ik moet zonder oordeel kijken: hoe kunnen we de koers weer rechtzetten en de juiste kant op gaan?”

“Vaak zijn de jongens waar wij op af worden gestuurd, dat zijn jongens die niet veel boeken lezen, maar wel mensen. Dus ze lezen al snel van: wat voor persoon heb ik hier tegenover mij? Wat ik probeer is aansluiting te zoeken in de leefwereld van degene die ik naast me heb staan. Ja, ik zit zelf ook niet graag binnen in een ruimte aan een tafel dingen vertellen.” 

FRANS

Frans is concierge op een speciaal onderwijs basisschool. Hij heeft al een mooie reis achter de rug, met verschillende beroepen en voelt zich nu hier op zijn plek.

Niemand is normaal.

“Ik zag gisteren toevallig, ik vond het echt een fantastische uitspraak: kinderen leren tellen is goed, kinderen leren wat telt is beter. Bob Talbert.”

Een gemiddeld mens bestaat niet, dus laten we sturen op uniciteit.

“Een gemiddeld mens bestaat niet. Die is er niet. Toch proberen we dat wel na te streven en iedereen streeft ernaar dat gemiddelde mens te worden. En ja, ben gewoon volledig jezelf. Natuurlijk in verhouding tot een ander, maar je zou eigenlijk gewoon jezelf moeten kunnen zijn.”

Ja, en ik durf zelf te zeggen: als iemand bepaalde karaktereigenschappen heeft en bijvoorbeeld heel introvert is en gewoon niet zo sociaal is en meer op zichzelf is… waarom zouden we dan proberen om iemand heel erg sociaal te maken, terwijl hij dat totaal niet is? En dan gaan we eigenlijk zeggen: ‘ja, maar je doet het niet goed, want je bent niet sociaal.’ Terwijl een kind misschien heel erg slim is en bijvoorbeeld heel goed in tekenen, of in teksten schrijven, of misschien wel timmeren of elektricien worden, maar gewoon niet goed is in makkelijk contact maken met mensen. Waarom gaan we hem dan constant bijna straffen van: ‘dat lukt jou niet, dat gaat je niet.’ Misschien is het meer dat je de handvatten geeft.”

Gewoon bezig blijven: het komt vanzelf.

“Alsof we allemaal moeten weten wat we willen gaan worden. Mijn vader vertelde ooit dat hij docent handenarbeid wilde worden. Toen was het nog de tijd van de… hoe heet het ook alweer… dienstplicht. Uiteindelijk is hij verzekeringen gaan doen, toen heeft hij mijn moeder leren kennen, en daarna kwam hij in de bankwereld. Hij zei: ‘ik wist eigenlijk niet wat ik wilde worden.’ Later heeft hij een eigen bedrijf gehad, dat verkocht, nog een ander bedrijf gehad. Toen ik dit gesprek met hem had, had hij voor de tweede keer zijn bedrijf verkocht, was hij buschauffeur en deed hij nog een studie psychologie. En hij zei: ‘ik wist vroeger niet wat ik wilde worden. Ik weet het nog steeds niet. Het maakt eigenlijk helemaal niks uit. Het enige wat belangrijk is, is dat je gewoon je best doet en probeert hard te werken. Voor de rest komt het allemaal vanzelf. Dat je niet weet wat je wil worden? Ja, dat maakt echt niet uit. Het komt allemaal vanzelf. Het is een soort constante: zolang je bezig blijft, ga je je weg vinden. En dat is het enige wat je moet aanmoedigen: gewoon bezig blijven.”

zo ver dat. 
op naar de spiegelaars!

Wil je er nog wat over kwijt? Neem vooral contact op:
ayla@studiowinwin.nl