Na een paar dagen op het strand voel ik me steeds nietiger,
een stipje.
En zo gek is dat nog niet.
Het strand oneindig uitgestrekt.
De eindeloosheid van de zee wordt soms met een schip of windmolen onderbroken.
De meeuwen hebben het gehele luchtruim voor zichzelf.
Nietig maar hoopvol.
Hoop gaat over stipjes.
En stapjes.
Stap voor stap op weg naar een stip aan de horizon.
Soms een die er niet is.
Soms een die je verzint.
Soms ben je het zelf voor een ander.
Dan maak het niet uit hoe klein je bent, als je maar een verste verte schetst.
Vandaag ga ik met mijn zoon.
Stapje voor stapje trekken we verwachtingsvol over het brede strand naar de waterrand.
En als ik dan eenmaal door de eerste kou heen de eerste golf in ren,
ben ik zijn stipje in de verte.
Ik weet dat hij vervuld is van trots en vol met hoop op een mooie dag als ik energiek en blij uit het water kom.





