HOOP.

Help me hard te blijven hopen,

zacht te hopen, lief te hopen, lief te kozen

mijzelf voorbij lopen, volgelopen.

Met hoop op hopen, ogen wijd open

hopen tot grote hoogte

lage tonen,

zakken vol met hopen,

bergen op met hopen,

niet te stoppen

uitgesproken.

Ik wil oorverdovend hoopvol zijn.

Ik wil luisteren naar wat ik niet wil hopen,

niet bang zijn hoe het zal lopen,

we kunnen ons geluk niet kopen

maar wel wat beter samen hopen.

Het is aan ons.

Storm, wind, donder bliksem.

Heb ik een kind aan mezelf in een wereld vol-

storm in ons land,

storm in ons hoofd.

Armen uit elkaar

en waaien maar

geweven dromen vleugels-

vangen.

Maar ik heb een huis in mijn hart,

het is er groot, lieve schat.

Weet de deuren te vinden,

ieder plafond verslind ik

omdat ik hoop wil.

Ik ben niet lui,

ik stel open vragen!

Geef er wel eens de brui aan,

maar nooit de hoop op.

Richt de aandacht op de liefde

anders hoopt de angst op,

voor leed dat groter is,

morgen nog groter

dan vandaag.

Met het idee dat het-

te traag gaat het-

altijd geklaag,

minder verdraagzaam.

Langzaam.

Maar toch,

pak ik de hoop terug,

pak ik de hoop op,

raap ik de hoop bij elkaar,

breng ik ons bij elkaar,

maken we hoop samen.

Het is aan ons.

HOOP.